Nederlandse index
Homepage
English index

 

Naar rechts gedraaid, wordt de starter ingeschakeld.Naar links heeft deze schakelaar twee standen. In de eerste wordt de gloeispiraal ingeschakeld, terwijl in de tweede stand ook de starter in werking gesteld wordt. Deze stand wordt dus gebruikt bij het starten onder koude omstandigheden.

AMPEREMETER (E. Fig. 2)

Het aantal Ampères, waarmede geladen wordt, hangt af van de ladingstoestand van de batterijen.

BRANDSTOFAFSLUITKNOP (F. Fig. 2)

Deze wordt uitgetrokken om de motor te laten stoppen.

 

PETROLEUM- EN DIESELTRACTOREN

Gasmanette (G. Fig. 1 en 2)

Dit manette is aangebracht onder het stuurwiel en boven het instrumentenbord aan de rechterzijde van de stuurkolom. Door de manette naar beneden te bewegen wordt het toerental van de motor verhoogd.

Oliedrukmeter (H. Fig. 1 en 2).

Deze meter is aangebracht aan de rechterzijde op het instrumentenbord en geeft de oliedruk aan; niet de hoeveelheid olie in de motor. Bij normale toerental staat de wijzer in het groene gedeelte.

Tracto-meter

Alleen bij de super-modellen (J. Fig. 1 en 2) Deze meter bevindt zich in het midden van het instrumentenbord en is een gecombineerde uren en toerenteller en snelheidsmeter.
De zes schalen boven aan de wijzerplaat geven de voorwaartse snelheid in kilometers per uur aan, overeenkomend met de ingeschakelde versnelling. De buitenste schaal geeft het toerental van de motor in honderdtallen aan, terwijl het venster in het midden van de wijzerplaat het totaal aantal draaiuren aangeeft. Iedere eenheid is één draai-uur bij 1500 toeren. Maakt de motor minder toeren, dan is de aanwijzing te laag, bij hogere toerentallen te hoog. In de praktijk is gebleken, dat dit een zeer bevredigende aanwijzing voor het onderhoud van de motor is. De normale riemschijf en aftaksnelheden zijn eveneens af te lezen van de wijzerplaat.


Fig. 3.

A. Versnellingshandle
B. Handle dubbele reductie
C. Koppelingspedaal
D. Onafhankelijke rempedalen
E. Aftappunten hydr. systeem
F. Vingertopregelaars
G. Voetsteunen
H. Pal om rempedalen te koppelen.

Versnellingshandle (A. Fig. 3)
De versnellingshandle bevindt zich voor de zitplaats bovenop het transmissiehuis. De stand van de drie voorwaartse- en achteruitversnelling is aangegeven met een ingegoten figuur op het transmissiehuis.

Handle voor de dubbele reductie (B. Fig. 3)
Dit handle bevindt zich voor de zitplaats, rechts van het versnellingshandle. De hoge en lage gearing worden aangeduid

Naar pagina 8 en 9